---
De Kinderkring in Woubrugge heeft een dyslexieprotocol
van het samenwerkingsverband WSNS Rijnstreek, deze hebben zij deels zelf
aangepast.
---
Het protocol van het samenwerkingsverband heeft als
titel: Protocol leesproblemen en dyslexie voor het Primair Onderwijs. In het
protocol komt aan bod hoe er binnen het samenwerkingsverband aandacht besteed
wordt aan het vroegtijdig signaleren en begeleiden van leerlingen met lees- en
spellingproblemen. Het protocol maakt onderdeel uit van het zorgbeleidsplan van
de Kinderkring.
---
Het gaat in het protocol onder andere over
onderkenning,diagnose,begeleiding, het krijgen van en omgaan met een
dyslexieverklaring, wat de mogelijkheden zijn voor compenserende en
dispenserende maatregelen en hoe ze omgaan met communicatie met ouders met
betrekking tot dyslexie. Tot slot wordt er aandacht besteed aan de overgang van
PO naar VO.
---
Het eerste hoofdstuk gaat over de onderkenning, hieraan
staat hoe ze resultaten van leerlingen bijhouden. Voor kleuters is er een ontwikkelingsvolgsysteem:
GOVK. Bij risicoleerlingen wordt de checklist dyslexie ingevuld en wordt bij
ouders nagevraagd of er sprake is van dyslexie in de familie.
Verder krijgen alle 5 jarige kleuters een screening door
de schoologopediste. Op basis van deze screening wordt gekeken of er voldoende
ontwikkeling is, is dit niet het geval wordt de leerling verder onderzocht,
begeleidt door de schoollogopediste of doorverwezen naar een particuliere
logopediepraktijk.
Voor groep 3 t/m 8 is een stappenplan, deze is in het
protocol als bijlage te vinden, bij deze klassen nemen ze gewoon de cito
toetsen af.
---
Hierna wordt de diagnose behandeld. Als blijkt dat er een
lees- spellingprobleem is worden de methodegebonden toetsen geanalyseerd. Hiermee
hopen ze erachter te komen wat de aard van het probleem is. Wanneer ze er
hierna nog niet achter zijn wordt er diagnostisch onderzoek gedaan.
---
De begeleiding van leerlingen met lees- en
spellingproblemen vindt binnen de groep door de groepsleerkracht plaats. Waar
nodig kan deze wel ondersteund worden door de taal- leesspecialist. Wanneer het
spellingsniveau voor een leerling te hoog is bieden ze leerstof op een lager
niveau aan. Software als Leesladder en spellingssoftware worden ingezet binnen
de klassensituatie om de lees- en spellingontwikkeling te ondersteunen.
---
De school spreekt niet van dyslexie tot, volgens de
officiële criteria door een GZ-psycholoog, is vastgesteld dat er sprake is van
dyslexie. Een dyslexieonderzoek bestaat uit onderkennende diagnose, verklarende
diagnose en handelingsgerichte/indicerende diagnose. Voor kinderen met
lees-spellingproblemen wordt een dyslexiedossier bijgehouden. Hierin worden
onder andere toetsgegevens en de beschrijving van het leerproces opgenomen. Ook
wordt hierin aangegeven wat de didactische aanwijzingen zijn voor volgend
schooljaar. Als ouders een officiële dyslexieverklaring willen zijn er drie
mogelijkheden: ouders onderzoek laten verrichten, vergoed door
ziektekostenverzekeraar, ouders laten op eigen kosten onderzoek verrichten bij
een particulier bureau, wat ook kan is dat de school in overleg met ouders
begin groep 8 een dyslexieonderzoek aanvraagt bij het dyslexiecentrum MHR.
---
Mogelijkheden voor compenserende en dispenserende
maatregelen moet de school voor zichzelf aanpassen. Enkele van de gegeven
mogelijke maatregelen bij het lezen door het samenwerkingsverband zijn: geen
onvoorbereide leesbeurten, lezen zonder tijdsdruk, zaakvak teksten thuis
voorbereiden en vergrote leesteksten. Ook geeft het samenwerkingsverband
mogelijke maatregelen bij spelling, bijvoorbeeld: gedifferentieerde beoordeling
van spelfouten, de leerling mag hulpmiddelen gebruiken, schrijftaken worden
verlicht en een minimumprogramma wordt aangeboden.
---
Ook communicatie met ouders over het lees-
spellingprobleem van de leerling is belangrijk. Zo wordt er van ouders verwacht
dat zij een actieve rol willen spelen bij het verbeteren van de
leesontwikkeling van hun kind. De begeleiding op school en thuis moeten in
elkaars verlengde liggen.
---
De gesignaleerde lees- en/of spellingproblemen en gegeven
begeleiding moeten tijdig(uiterlijk eind groep 7) en duidelijk met ouders
besproken worden, zodat ouders hier rekening mee kunnen houden bij de keuze van
school/type VO. De VO school wordt door de leerkracht goed geïnformeerd over
het lees- spellingprobleem van de leerling.
---
Sterkte – zwakte
analyse.
Sterk:
-
Bij de kleuters wordt al voldoende aandacht
besteed aan de mogelijke aanwezigheid van dyslexie.
-
Alvorens er een officiële dyslexieverklaring is
gegeven begeleidt de school de leerling al in zijn probleem.
-
Er worden gedurende het jaar in alle leerjaren
regelmatig toetsen afgenomen waarbij eventuele dyslexie dus gemakkelijker
ontdekt kan worden.
-
De voortgang van elke leerling wordt nauwkeurig
bijgehouden.
-
Ouders worden sterk betrokken in het proces.
---
Zwak:
-
In de uitvoering zijn wij nog weinig
tegengekomen met betrekking tot dyslexie. Er wordt in het protocol gezegd dat
hier bij de kleuters al naar gekeken wordt, maar wij waren degene die een lettertoets
afnamen en deze lettertoets was bij hen niet bekend.
---
Conclusie:
Er is goed nagedacht over het beleid met betrekking tot
dyslexie. Dit is duidelijk beschreven in het protocol en wanneer de school zich
hieraan houdt is dit zeker in orde. Wij lopen nog niet heel lang stage op de
Kinderkring maar hebben het idee dat er bij de kleuters niet heel veel mee
gedaan wordt, dit terwijl dit wel in het protocol staat. Hier zou dus meer het
protocol gevolgd moeten worden.
---
Verslag bespreking.
Ik heb de signaleringslijst ingevuld voor twee jongste
kleuters en twee oudste kleuters. Met hen heb ik alle werkdocumenten
uitgevoerd. Ook heb bij ik alle oudste kleuters de lettertoets afgenomen. Dit
omdat mijn mentor het leuk vond om te weten welke letters zij al kennen.
---
De resultaten van de lettertoets heb ik besproken met
mijn mentor. Van de 25 letters waren er nog maar 7 aangeboden maar veel
kleuters kenden ook al meer letters. Dit vond mijn mentor erg leuk om te zien.
De resultaten waren grotendeels naar haar verwachting, alhoewel er wel 1 of 2
leerlingen waren die boven verwachting scoorden. Dit was leuk om te zien.
---
De signaleringslijst heb ik zelf grotendeels ingevuld en
daarna met mijn mentor besproken. Het was leuk om te zien dat wat ik ingevuld
had overeen kwam met het beeld van mijn mentor bij die leerlingen.
---
Ook de overige werkdocumenten die ik met 4 leerlingen heb
uitgevoerd heb ik besproken met mijn mentor. Bij deze leerlingen heb ik naast
de lettertoets ook nog afgenomen: de kleurentoets, de toets auditieve analyse,
de toets auditieve synthese en de toets invented spelling.
Het was bijzonder om te zien dat één van de jongste
kleuters in sommige dingen nog beter scoorde dan één van de oudste kleuters.
Ook klopte het dat één van de oudste kleuters waarvan gedacht wordt dat hij
dyslexie heeft, lager scoorde op deze toetsen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten