dinsdag 24 april 2012

Toepassingskaart 2: Interview met mentor


SFEER
1. Ben je tevreden over de sfeer in jouw groep?
Over de sfeer in de groep ben ik niet helemaal te spreken.
2. Waarop baseer je dit oordeel?
Er zijn een aantal kinderen die in deze groep overheersen. Vooral de wat stillere kinderen en de jongere kinderen kijken hier tegen op. Ze durven zelf niet meer zo goed iets te vertellen of te doen. Ze worden te afwachtend.Er zijn andere kinderen die er juist erg om gaan lachen en daar gaan die overheersende kinderen op reageren door de clown uit te hangen.
3. Indien de groepssfeer als positief ervaren wordt, hoe houd je de
sfeer in stand? Indien je de sfeer op het ogenblik niet als positief ziet, welke actie onderneem je om de sfeer te verbeteren?
D.m.v. de kanjertraining te gebruiken. Welke pet heb je nu op? Hoe denk je dat dit voor een ander kind is?
4. Welke kinderen kunnen op den duur een negatieve invloed krijgen op de sfeer in de klas?
De kinderen die de baas spelen en het hoogste woord voeren. Deze kinderen beinvloeden de andere kinderen op een negatieve manier.
---
RELATIE MET DE KINDEREN
5. Met welke kinderen heb jij een goede relatie?
Ik wil zeker met alle kinderen een goede relatie opbouwen om ervoor te zorgen dat alle kinderen zich veilig en vertrouwd voelen. Dat alle kinderen dezelfde kans krijgen om zich te ontwikkelen.
6. Met welke kinderen laat die relatie te wensen over? Waarom?
Er zijn momenten dat je kinderen moet wijzen op hun eigen gedrag en wat dat teweeg brengt bij andere kinderen.Aangesproken worden op je gedrag is niet leuk, maar wel leerzaam voor een volgende keer.
---
RELATIES ONDERLING
7. Welke kinderen gaan plezierig met elkaar om?
Alle kinderen hebben wel voorkeuren voor een vriendje of een vriendinnetje.Kinderen die elkaar goed aanvoelen kunnen goed met elkaar omgaan. Soms sta je versteld van de kinderen met wie ze kunnen spelen en dat het zo goed gaat. Een haantje de voorste kan juist heel lief zijn tegen een jongste kleuter!
8. Welke kinderen hebben voortdurend of vaak problemen met elkaar?
Kinderen die hetzelfde gedrag vertonen door niet voor elkaar onder te willen doen.
9. Is er sprake van duidelijke groepsvorming in de groep? Zo ja, hoe is de relatie tussen die groepen?
Nee er is geen groepsvorming in deze groep.
10. Welke kinderen zijn duidelijk eenlingen in de groep? Hoe proberen zij in de groep te komen?
 Je merkt vaak dat vooral de jongste kleuters nog hun plekje moeten vinden in de groep.
---
DE GROEP
11. Met welke omgangsregels heeft de groep geen moeite?
Elkaar helpen, vooral de oudsten die de jongsten helpen. De 3 schoolregels. Je moet ze wel iedere keer herhalen, maar ze weten het heel goed.
12.Met welke omgangsregels heeft de groep juist wel moeite?
Op hun beurt wachten en luisteren naar elkaar.
13. Hoe is de groep als jij er niet bent?
Als je er even niet bent zijn ze gelijk de regels en afspraken vergeten.
14. Hoe gaat de groep met elkaar om in de pauze?
Kinderen spelen buiten met elkaar. Soms gaat dit goed en soms ook niet.
15. Hoeveel tijd besteed je ongeveer in één week aan sociaal-emotionele activiteiten?
Er staat 1x per week de kanjertraining o het rooster voor ong. 20 min.
16. Zijn de activiteiten van tevoren gepland of ontstaan die spontaan naar aanleiding van gebeurtenissen of incidenten in de klas?
Tijdens de geplande activiteit op het rooster is er een geplande activiteit, maar er zijn zoveel andere momenten waar je dit ook spontaan tegenkomt en daar op reageert.
---
ALGEMENE LEERPRESTATIES (zie bijv.resultaten van leerlingvolgsysteem)
17. Hoeveel kinderen zitten er in de klas? (bijcombinatieklassen de verdeling erbij zetten)
Het is een groep 1 /2.
Er zijn 15 oudste kleuters en op dit moment 16 jongste kleuters.
18. Hoe is het algemene ontwikkelingsniveau in de groep?
Het ontwikkelingsniveau is per kind heel verschillend. De gemiddelde groep ligt op nivo met uitschieters naar boven en naar beneden.
19. Hoeveel kinderen presteren beduidend boven dat niveau?
In deze groep is dat er 1 die er echt bovenuit schiet.
---
PABO 3 – periode 3
20. Hoeveel kinderen presteren beduidend onder dat
niveau?
Er zijn op dit moment 3 kinderen die beneden het nivo presteren.
21. Hoe is daarbij de verhouding tussen de prestaties bij (begrijpend) lezen,
spelling en rekenen? (alleen voor groep 3 en hoger)
N.v.t.
---
ORGANISATIE
22. Zijn de kinderen in staat tot zelfstandig werken? Ben je daar tevreden over?
Ook kleuters zijn in staat om zelfstandig te werken. Dit is een leerproces wat in de kleuterbouw in gang gezet wordt. Hier moet je dus constant aan werken en merk je steeds meer dat het lukt.
23. Ben jij in staat de zwakkere leerlingen tijdens het zelfstandig werken adequaat te begeleiden? Hoe is die hulp georganiseerd?
Bij ons op schoolo doen we dat niet alleen voor je eigen groep. We werken met groepsplannen voor de hele kleuterbouw. We hebben kleine kringen waar kinderen die ergens moeite mee hebben uit alle 3 de kleutergroepen bij elkaar in de kleine kring. In deze kleine kring wordt aangeboden waar die kinderen extra hulp / begeleiding bij nodig hebben.
24. Zijn er al kinderen in de groep met een eigen leerlijn?
Hoe worden die begeleid? Is die begeleiding voldoende in jouw ogen? Er is 1 kind die voor het leesonderwijs al meedraait met groep 3. Hij heeft zijn eigen leerlijn. Voor meer uitdaging zie de uitleg van de kleine kringen ook voor deze kinderen.
25. Hoe worden de leerlingen die erg snel zijn en erg goed presteren opgevangen? Zijn jij en de kinderen daar tevreden over?
Ja , ze worden op hun nivo zoveel mogelijk uitgedaagd.
---
OvERZICHT SPECIFIEKE BEHOEFTEN
26. Welke leerlingen in de groep hebben specifieke behoeften? Op welke gebieden? (leerprestaties, gedrag / werkhouding).
Er zijn verschillende geboieden waar kinderen extra ondersteuning kringen in de kleine kringen voor leerprestaties bij het rekenen, taal/leesontwikkeling, motoriek en werkhouding.
---
INDIVIDUELE LEERPRESTATIES
27. Op welk(e) leerstof gebied(en) hebben die kinderen behoefte aan een specifieke aanpak?
Zie hierboven.
28. Is er bij sommige leerlingen een duidelijk verschil in klassenprestaties en de scores op de screeningsonderzoeken
(bijv. leerlingvolgsysteem)? Heb jij daar een verklaring voor?
Ja alle kinderen ontwikkelen zich op hun eigen manier. De een ontwuikkelt zich eerder in rekenen, de ander motorisch. Je ziet vooral bij kleuters sprongen in hun ontwikkeling. Het hangt ook af van de bagage die ze in hun eigen rugzakje meebrengen naar school.
29. Zijn de zwakkere leerlingen nog gemakkelijk door jou te motiveren? (per kind nalopen)
Zoveel mogelijk. Een van de kinderen heeft moeite met de leerprestaties en ontwikkelt zich bijna tot niet.
30. Hoe ervaren die leerlingen hun leerproblemen?
In de kleuterbouw hebben de kleuters dat nog niet zo in de gaten. Er wordt ook nog veel gespeeld.
31. Heb je voldoende en adequate hulpmaterialen voor handen om deze kinderen goed te kunnen helpen?
Zoveel mogelijk, maar soms heb je overleg met je collega’s nodig of met de IB-er. Als daar dan ook nog te weinig ontewikkeling is te zien worden externen van buiten de school ingeschakeld.
---
GEDRAG EN WERKHOUDING
32. Welke aanpak heb je voor leerlingen met gedrags/werkhoudingsprobemen?
We gebruiken de EGGO-kaart en de Pravoo-map van Luc Koning met tips om te gebruiken.
33. Ben je tevreden over die aanpak?
Ja.
---
OUDERS
34. Hoe ervaren de ouders van leerlingen met specifieke behoeften de problemen van hun kind op school?
Dat is per ouders verschillend. Dit hangt af van de ernst van de problemen en hoe ouders daar zelf in staan en dit een plekje kunnen geven.
---
LEERLINGEN MET SPECIFIEKE BEHOEFTEN
35.Wie van die kinderen ervaar je als erg zwaar?
Een van de kinderen die je moeilijk kan pakken met de stof. Hoe je het ook inpakt.
36. Kun je in het kort omschrijven wat het probleem is?
Teveel prikkels, te weinig concentratie.
37. Is er voor die leerling(en) een adequaat handelingsplan voor in
de klas aanwezig? Zo ja, hoe ziet dat handelingsplan eruit? Zo nee, waarom niet?
We zijn nog in overleg met de IB-er hierover. In eerste instantyie werken we niet met een individueel handelingsplan. We werken met de groepsplannen.
38.Komt jouw lesgeven of lesplezier door die leerling(en) onder druk te staan?
Nee, het is iedere dag een uitdaging om het voor alle kinderen, veilig, vertrouwd en uitdagend te maken. Voor ieder op eigen niveau.
39.Ervaar je het aantal leerlingen met specifieke behoeften in de klas als te zwaar om adequaat les te geven?
Als er teveel kinderen met specifieke problemen is dit wel extra zwaar. Vooral de tijd die het kost om alles vast te leggen wat je gedaan hebt en wat je gaat doen.
40. Vind je wel dat die kinderen op jouw school of in jouw
klas thuis horen?
Zolang dat voor een leerkracht te behappen is wel . Wat is er nu fijner voor een kind om in zijn of haar vertrouwde omgeving te kunnen blijven?
---
DE INTERN BEGELEIDER (IB-er)
41. Welke taak / rol heeft de IB-erhier op school?
Ze ondersteunt de leerkracht. Altijd de mogelijk hieid om te bespreken, te overleggen en mee te denken, te observeren.
42. Voel je je als groepsleerkracht voldoende ondersteund? 
Ja zeker!           

Geen opmerkingen:

Een reactie posten